Biografie

Biografie van Ger van Iersel (1922 - 2014)     fotoscanvaniersel55 Ger van Iersel behoort tot de generatie monumentale kunstenaars die de gebouwen van het naoorlogse Nederland hebben gesierd met kunstwerken die verbonden zijn met de architectuur. Hij vond een nieuwe vormentaal om het woord van de Bijbel te illustreren. Voor altijd zal zijn naam verbonden blijven aan het prachtige glas in beton raam in de Pauluskerk, dat zo gezichtsbepalend was voor het Rotterdam van de wederopbouw. Daarnaast heeft hij kunstwerken gemaakt in vele andere kerken en openbare gebouwen, wandschilderingen, keramiek, brons maar vooral ook glas.  
portret van Iersel door J. Popma in 1940
portret van Iersel door J. Popma in 1940
  Gerrit van Iersel werd op 2 januari 1922 geboren in Rotterdam. Daar volgde hij van 1938 tot 1942 de opleiding tekenen en schilderen op de Academie van Beeldende Kunsten. Leraren waren o.a. Herman Mees en David Bautz. Na de oorlog hervatte Van Iersel zijn opleiding, dit keer aan de Rijksacademie in Amsterdam. Hij was in die stad ook leerling in het atelier van Jos Rovers. Teruggekeerd in Rotterdam legde Van Iersel de nadruk op het maken van portretten in zijn atelier in de Pijnackerstraat. Uit de jaren veertig zijn veel treffende portretten van zijn hand bekend. Zo nu en dan trad hij ook naar buiten. Zo verwierf hij met het schilderij ‘Judith en Holofernes’ (nu in de Andreaskerk) de nominatie voor de derde wedstrijd van het Paul Tetar van Elven Fonds in 1948. Hij nam deel aan de tentoonstelling ‘De Jongste Generatie’ waar een selectie van jonge Nederlandse schilders werd getoond door Arti et Amicitiae in Amsterdam. Als zoon van een katholieke vader en een lutherse moeder was Van Iersel van jongs af aan vertrouwd met het christelijke gedachtegoed. Christelijke thematiek speelt een belangrijke rol in veel van zijn werken. In 1951 maakte hij zijn eerste grote wandschildering in de lutherse Andreaskerk in Rotterdam, de “Uitwijzing uit het paradijs”. Intussen was Ger getrouwd met Dien Kooiman. Ze waren ingetrokken in het huis van de bekende jurist en schaker meester Oskam en na diens dood namen ze het monumentale pand aan het Koningin Emmaplein definitief over. Bijportretoskambijgewerkt In de loop van de jaren vijftig raakte Van Iersel meer en meer betrokken bij de monumentale kunst. Door de procentenregeling van Rijk en gemeenten en de nieuwbouw van scholen, kerken en andere openbare gebouwen was er een groeiende vraag naar deze vorm van gebonden kunst. Een doorbraak naar landelijke bekendheid vormde de E55-manifestatie in Rotterdam, waar jonge kunstenaars een kans kregen. Van Iersel toonde zich hier voor het eerst te midden van zijn generatiegenoten in de monumentale kunst, zoals Dick Elffers, Lex Metz, Gust Romijn, Daan Wildschut en Karel Appel. Na het succes van de E55 begonnen de opdrachten voor monumentale werken binnen te komen. Veel plezier beleefde Van Iersel aan het werken met andere kunstenaars op de schepen ss Statendam en ss Rotterdam. In 1959 volgde het eerste glas-in-betonraam voor het gebouw ‘de Heuvel’ in het centrum van Rotterdam. Die betrekkelijk nieuwe techniek had hij geleerd in het atelier van Louis van Roode. gerssrotterdambijgewerkt     Architect Barend van Veen vroeg zijn vriend een kunstwerk te maken voor de in 1960 nieuw te bouwen Pauluskerk en dacht aanvankelijk aan een mozaïek. Steeds meer raakte hij er echter van overtuigd dat de achterwand van de kerk doorgebroken moest worden. Zo ontstond de opdracht voor het grote glas-in-betonraam van de Pauluskerk dat als het bekendste werk van Van Iersel kan worden beschouwd. In 1962 kreeg Van Iersel samen met Van Veen de Laurenspenning van de stad Rotterdam voor een van de meest geslaagde syntheses van architectuur en kunst in Nederland.
Uitreiking Laurenspenning
Uitreiking Laurenspenning
Na de Pauluskerk volgden zeer productieve jaren zestig en zeventig, waarin een groot aantal monumentale werken tot stand kwam. Van Iersel profiteerde van de wederopbouw van Rotterdam maar door zijn christelijke thematiek ook van de kortstondige opleving van de kerkenbouw in Nederland. Grote ramen in de SintCaeciliakerk in de Alexanderpolder, de Johanneskerk in Rotterdam-Zuid en de Antwoordkerk in Hoogvliet zijn daarvan voorbeelden. Daarnaast maakte hij ramen in het gebouw van het Hoogheemraadschap in Rotterdam en de ambassade in Delhi, en keramiek in de ambassade in Parijs, de Rotterdamse metro en het crematorium in Groningen.
Met de architecten Veerling en Tillema
Met de architecten Veerling en Tillema
Van Iersel was nauw betrokken bij het culturele en maatschappelijke leven in Rotterdam. Zo was hij jarenlang bestuurslid van de Adriaanstichting voor jongeren met een handicap, waarvoor hij in het gebouw aan de Ringdijk een van zijn uitbundigste glasappliquéramen maakte. Hoewel Van Iersel vooral bekend staat om zijn ramen, was hij net als veel andere monumentale kunstenaars van zijn generatie goed thuis in veel andere technieken, zoals keramiek, textiel, hout en brons. Zijn belangrijkste bronzen beeld staat voor de Erasmus Universiteit in Rotterdam en werd in 1983 voltooid. Zijn laatste grote werk was toch weer een raam, dit keer van uitzonderlijke omvang in de nieuwbouw van de ANWB in Den Haag in 1994. Hoewel hij daarna geen opdrachten meer aannam, bleef hij schilderen. Op latere leeftijd moest hij toezien hoe veel van zijn monumentale werken verloren gingen door afbraak van de gebouwen waar zij deel van uitmaakten, met als dieptepunt de afbraak van de Pauluskerk in 2007. Toch zijn veel werken behouden gebleven die een blijvende nalatenschap vormen van de in 2014 op 92-jarige leeftijd gestorven kunstenaar.